Monthly Archive for februari, 2011

De Standaard 16/02: Meer banen voor tweede generatie migranten

Bijna 70% van de migranten van de tweede generatie hebben een baan. Bij hun ouders, de eerste generatie, werkte slechts 62%.

In één allochtoon gezin op vier heeft niemand werk

BRUSSEL

Migranten van de tweede generatie – van wie de ouders naar België zijn gekomen en die zelf hier zijn geboren – doen het beter in het onderwijs en staan er op de arbeidsmarkt beter voor dan de eerste generatie migranten. Dat blijkt uit een studie door het Vlaamse overheidsdepartement Werk en het Leuvense Steunpunt WSE.

Volgens de Vlaamse minister van Werk, Philippe Muyters (N-VA), heeft bijna 70% van de tweede generatie migranten die tussen 25 en 49 jaar is, een baan. Bij de eerste generatie was dat 62%. Ter vergelijking: in deze leeftijdsgroep heeft liefst 90% van de autochtone bevolking een betaalde baan.

Minister Muyters erkent dat de migranten (van beide generaties) nog steeds een achterstand hebben ten opzichte van autochtonen. Maar hij beklemtoont dat hun achterstand in de afgelopen jaren ‘langzaam maar zeker is afgenomen’.

Volgens het Minderhedenforum zijn er dringend bijkomende beleidsmaatregelen nodig om de ‘onaanvaardbare’ tewerkstellingskloof tussen de migranten en de autochtone bevolking te dichten. Naima Charkaoui, de directeur van het Minderhedenforum, wil een ‘inhaaloperatie om mensen met etnisch-culturele roots meer kansen op werk te bieden’. Charkaoui erkent dat de sociale achtergrond van de ouders en de scholingsraad een rol spelen bij de kansen van migranten op de arbeidsmarkt. ‘Maar vooroordelen over jongeren met etnische roots spelen ook een rol in de hoofden van werkgevers’, luidt het.

Uit een andere studie, ook uitgevoerd door het Steunpunt Werkgelegenheid, blijkt dat een betaalde baan van erg groot belang is om uit de armoede te blijven. Maar niet iedereen slaagt erin om werk te vinden. Zo leeft 8,6% van de bevolking in Vlaanderen in een gezin waar niemand werkt. Die Vlaamse score is beter dan het Europese gemiddelde (met 10,2% ‘baanloze’ gezinnen).

Maar voor sommige bevolkingsgroepen is de toestand veel minder rooskleurig. Zo leeft 18,8% van de laaggeschoolden in een gezin waar niemand werkt. En in allochtone gezinnen (van afkomst niet-EU-burgers) loopt dat aantal op tot 22,4%. Anders gezegd: in één allochtoon gezin op vier heeft niemand een betaalde baan. Voor hun gezinsinkomen zijn ze volledig afhankelijk van sociale uitkeringen of sociale bijstand.

Het hoge aantal ‘baanloze’ gezinnen is zorgwekkend, vindt onderzoekster Michelle Sourbron. ‘Allochtonen hebben niet alleen minder kansen op de arbeidsmarkt, ze leven ook nog vaker in een huishouden waar niemand werkt.’ Volgens Sourbron is de kans om in armoede te leven vijf keer hoger voor een gezin waar niemand werkt, dan voor een gezin waar minstens één ouder een betaalde baan heeft.(jir)

© 2011 Corelio

Share

Reactie op “haal die monsters van de baan”

Vooreerst wens ik iedereen te danken voor de reacties, die ik met bijzondere aandacht heb gelezen.

Verkeersveiligheid is een belangrijk thema dat vele dimensies kent en allerhande aanpakken vereist. Voor sp.a is verkeersveiligheid altijd een topprioriteit geweest. In 2009 vielen op onze wegen bijna 1.000 doden. Op Europese wegen vielen minstens 36.000 dodelijke slachtoffers te betreuren. Dat cijfer komt overeen met het dagelijks crashen van een Boeing 737 op Europees grondgebied. De vergelijking illustreert dat de veiligheid van ons verkeer nog steeds een gigantisch samenlevingsprobleem blijft. Ons verkeer viseert overigens de twee meest kwetsbare groepen uit onze samenleving. In de groep van 15 – tot 19-jarigen is het verkeer doodsoorzaak nummer één en tegelijkertijd vormen ook de 65-plussers een risicogroep omwille van hun grotere kwetsbaarheid.

Uit cijfers voor 2008 van de Beroepsvereniging der Verzekeringsondernemingen (BVVO) blijkt niet alleen dat bepaalde types pick-ups en 4×4’s meer schade veroorzaken dan gewone personenwagens, maar dat ze bovendien ook verhoudingsgewijs vaker betrokken zijn bij ongelukken. In het kader van de strijd voor een verkeersveilige samenleving en het aanpakken van alle aspecten ervan, mogen we dan ook niet blind zijn voor deze vaststelling. Ook in andere studies komt men tot gelijkaardige bedenkingen en vaststellingen. Het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) meent ook dat een aantal types van deze voertuigen eigenlijk niet ontworpen zijn voor intensief gebruik op de openbare weg. Daarom stelt zich volgens ons de vraag hoe we de veiligheid van voetgangers, fietsers en andere zwakke weggebruikers kunnen verbeteren.

In het verlengde hiervan willen we opmerken dat de meeste van onze huidige eisen op het gebied van motorvoertuigen zijn vastgesteld in de vorm van Europese richtlijnen. Het gaat om een uitgebreid stelsel van eisen (en bijhorende testen) voor typegoedkeuring van voertuigen en voor hun relevante onderdelen. Fabrikanten worden door deze wetgeving verplicht voetgangersveiligheidstests uit te voeren op de voorkant van de auto. Maar sommige types van wagens, veelal geïmporteerd vanuit de Verenigde Staten, vallen momenteel door de mazen van dit juridisch net. Recente ongelukken, ook en vooral met kinderen, toonden overduidelijk dat dit soort zware voertuigen blijkbaar niet uitgerust zijn met aangepaste bumpers of kreukelzones in de motorkap. Deze verkleinen de kans op ongevallen met blijvend hersenletsel of dodelijke ongevallen nochtans aanzienlijk. Voor ons is die vaststelling onaanvaardbaar.

Het is onze overtuiging dat de huidige regelgeving omtrent het gebruik en de goedkeuring van dergelijke voertuigen dus enkele ernstige tekortkomingen vertoont. We willen het debat hierover niet uit de weg gaan en zullen deze vragen dan ook voorleggen aan bevoegd Staatssecretaris voor Mobiliteit Etienne Schouppe (CD&V) in de commissie Infrastructuur van het federale parlement.

In de hoop hiermee ons standpunt verder te hebben toegelicht,
Karin Temmerman
David Geerts

Share

‘Haal die monsters van de baan’

suv-gevaar

Haal pick-ups en zware terreinwagens van onze wegen, dat zeggen sp.a-Kamerleden David Geerts en Karin Temmerman. Ze vragen staatssecretaris van mobiliteit Schouppe de juridische mogelijkheden om een verbod in te voeren, te onderzoeken.

Het ongeluk van zaterdag, waarbij een meisje van vijf werd doodgereden door een Toyota Tundra, doet het debat over pick-ups en zware terreinwagens op onze wegen weer oplaaien. “Deze wagens zijn niet geschikt voor onze wegen”, zeggen David Geerts en Karin Temmerman , “en daar zien we nu de gevolgen van.”

“Deze voertuigen zijn het toppunt van egoïsme en machogedrag op de weg”, zegt David Geerts. “Ze zijn zeer vervuilend en verbruiken onnodig meer dan een normale personenwagen van dezelfde categorie. Deze wagens creëren een vals gevoel van veiligheid waardoor chauffeurs meer risico’s nemen en sneller rijden. Ze belemmeren het zicht voor hun achterliggers. Bovendien zijn ze zo gebouwd dat ze zwaardere letsels veroorzaken bij ongevallen. Voetgangers of fietsers hebben geen schijn van kans bij een aanrijding.”

“Het zijn monsters op vier wielen. We halen deze wagens best gewoonweg van de baan”, zegt Karin Temmerman. “In België zijn dergelijke wagens echt niet nodig.” Uit een enquête van MO blijkt overigens dat 60 procent vindt dat zware terreinwagens moeten verboden worden in het gewone verkeer.

David Geerts zal staatssecretaris van mobiliteit Schouppe ondervragen naar de juridische mogelijkheden om een verbod in te voeren.

Share

Het recht om te trouwen

trouwen

Eindelijk. Een onderzoek – en een krantenartikel – dat identiteiten van mensen genuanceerd en constructief naar voor brengt. Het artikel over de ‘geïmporteerde’ huwelijkspartners van DM 31/01 nuanceert. De problematiek van gezinshereniging is niet iets van de allochtonen, maar verschilt naargelang je Marokaan, Turk, of Pool bent, man of vrouw, jong of oud, hoog- of laaggeschoold. Omwille van die insteek alleen al verdienen dit artikel en dit onderzoek een pluim. Want zo’n boodschap brengen is moeilijker dan een discours  brengen   in de trant van  ‘de allochtonen moeten maar leren dat er hier geen plaats is’ of ‘de allochtonen moeten zich aanpassen aan ons’ en  zeggen dat er een ontmoedigingsbeleid gevoerd moet worden.

In werkelijkheid zijn er vele dynamieken die door elkaar lopen, die elkaar versterken en die elkaar tegenwerken. De gemiddelde scholingsgraad in vele landen van herkomst stijgt, dus de partners uit het herkomstland kunnen hoger geschoold zijn. Naast “Turk” of “Vlaming” of “Thai”, zijn individuen Gentenaar of Luikenaar, man of vrouw en zo verder. Dit wordt belangrijker in het leven van individuen. Het is dan niet onlogisch dat de tendens van Turkse huwelijken ombuigt. Vroeger werden de meeste huwelijken in Turkije voltrokken. Nu zijn er meer en meer Turken die elkaar in Vlaanderen of België ontmoeten.

Beleid

Cruciaal in een duidelijk beleid over gezinshereniging is dat iedereen het recht moet hebben om oprecht te trouwen met wie zij/hij wil. Partijen die stellen dat het per definitie noodzakelijk is om gezinshereniging af te bouwen, vergeten dit fundamentele recht. Vervang ‘Turkse jongen en Turks meisje’ in ‘Vlaamse man en exotische vrouw – excuseer de term, overgenomen uit het artikel’, en het moge duidelijk zijn dat iedereen recht moet hebben om oprecht te trouwen met wie hij of zij wil.

Concreet betekent dit dat we moeten inzetten op twee pistes: sensibiliseren in het land van herkomst en sensibiliseren en ondersteunen in België.

Het is belangrijk dat er contacten gelegd worden met de juiste instanties in het land van herkomst. Deze instanties kunnen een informatieverstrekkende rol opnemen zodat mannen of vrouwen die wegtrekken om te huwen weten aan welk avontuur ze beginnen. Vele steden, universiteiten en werkgeversorganisaties in Turkije zijn vragende partij om sensibiliseringscampagnes op te zetten en zo hun talentvolle jongeren ‘thuis’ te houden en zo de braindrain te vermijden.

In Vlaanderen moet er gesensibiliseerd en ondersteund worden. Hoewel meer en meer Turken van bij ons met elkaar in het huwelijksbootje treden, kan het beleid mensen nog bewustmaken van hun soms aanwezige reflex om een buitenlandse partner te zoeken. Mensen waarvan hun huwelijk na verloop van tijd door omstandigheden afloopt – en dat zijn er volgens het onderzoek toch een substantieel deel – moeten steun vinden om hun leven verder te kunnen opbouwen.

Enkel op deze manier zal het recht om te trouwen een meerwaarde betekenen voor onze regio en de verschillende landen van herkomst. En die winwin kunnen we alleen maar bereiken door een verregaande samenwerking.

Resul Tapmaz, schepen in Gent

Karin Temmerman, federaal volksvertegenwoordiger

Share